Artikel
energie

Daphne verduurzaamt

Eerste tegenslag, tweede tegenslag, derde …

Vereniging Eigen Huis
Foto: Ron de Gruyl
Daphne van Paassen neemt lezers in een maandelijkse column mee op de weg die zij aflegt bij het verduurzamen van haar tussenwoning uit 1890. Deze weg is haar eigen. Al was het maar omdat elk huis en elke huiseigenaar anders is.
Auteur: Daphne van Paassen | Publicatiedatum: 12 november 2018

De eerste tegenslag bij de installatie van mijn zonnepanelen was dat die superpanelen die ik had besteld toch niet geschikt waren voor mijn situatie, terwijl ik € 1.000 had aanbetaald (het beneden- en bovenhuis hebben nog aparte meterkasten en bij dit type paneel zou ik dan in plaats van twee, vier omvormers nodig hebben). Gelukkig had leverancier Sungevity nog een actie lopen via NRC met 320 Wattpiek (Wp) panelen. Een beetje minder goed dan de 330 Wp panelen via mijn energieleverancier Qurrent, ‘maar ook beter dan gemiddeld’, verzekerde mijn contactpersoon.

Pas veel later bedacht ik dat mijn keuzestrategie hiermee ook een deuk opliep. Eerder had ik mijn keuzestress beperkt door alleen te kijken naar gezamenlijke inkoopacties via partijen die ik vertrouwde. Van Qurrent wist ik dat ze alleen duurzame producten aanboden; maar hoe zat dat met NRC? Een collega grapte: ‘Het zou toch geinig zijn als jij trots schrijft over je panelen en dat je lezers dan gaan reageren met: “maar de productie van zonnepanelen is hartstikke vervuilend.”’

Hmmm … Hoe groen geproduceerd waren mijn panelen eigenlijk? Maar toen ik me dát afvroeg, lagen ze al op mijn dak. Zij het opgestapeld in torentjes van zeven: want de tweede tegenslag was dat een onderdeel van de installatierails niet was geleverd. Derde tegenslag was dat onze stoppenkast zo verouderd bleek dat aansluiten levensgevaarlijk was (waarom was dat niet bij de schouw, twee weken daarvoor, geconstateerd?).

Er moest dus eerst een nieuwe stoppenkast komen en ja, dat kon pas over drie weken tegen een meerprijs van € 650. Ondertussen beleefde Nederland zijn heetste en zonnigste zomer ever en liep ik, die dacht voortaan dubbel zo blij te zijn met iedere zonnestraal, knarsetandend rond. Het moet gezegd: Sungevity putte zich uit in excuses, compenseerde de gederfde inkomsten met € 50, en toen de panelen drie weken later geïnstalleerd en wel op mijn dak lagen, werd er een fles cava bezorgd om erop te proosten.

Dat deden we alleen nog niet. Iemand attendeerde me op een recente uitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden dat gemeenten zonnepanelen mogen laten meetellen bij de bepaling van de WOZ-waarde. In Emmen was het een huiseigenaar overkomen: die kreeg ineens een hogere aanslag omdat zijn huis door zonnepanelen meer waard was geworden. Waren ze gek geworden? Ons burgers eerst laten opdraaien voor de energietransitie en er dan ook nog eens aan gaan verdienen?

Ik belde de gemeente Haarlem: gingen ook zij dit soort streken uithalen? Ze bezwoeren me dat dat niet de bedoeling was; de WOZ-waarde werd bepaald door verkooptransacties en woningkenmerken als een uitbouw, maar bij dat laatste werden zonnepanelen niet meegenomen. Want het laatste wat ze wilden was mensen die hun huis verduurzaamden, afschrikken. Bon. De cava kon bijna open. Er restte nog één hobbel: de btw-teruggave, zo’n € 1.200. Helaas was ik zzp’er.

Opmerkingen en suggesties: daphne@eigenhuis.nl

Daphne is niet de enige die worstelt met het verduurzamen van haar huis, blijkt uit de tientallen reacties die soms dagelijks binnenkomen. Omdat ze zo herkenbaar zijn, ze zulke goede adviezen bevatten en ze zo duidelijk illustreren wat woningbezitters nodig hebben, delen we (met toestemming van de schrijvers) enkele van die brieven hier.

Cowboys in de business

Vier jaar geleden hebben wij met onze buren zonnepanelen op het dak laten plaatsen en daar zijn we nog altijd blij mee. Maar het vinden van een goede installateur had nogal wat voeten in de aarde. Nummer één had een leuke website waarop je je dak kon inmeten en een offerte kon aanvragen. Na het doornemen van specificaties die ik op internet vond, bleken de geoffreerde zonnepanelen en omvormer niet samen te kunnen gaan omdat spanningsniveaus niet matchten. Nummer twee kwam met een offerte waarna ik voor de zekerheid het gewicht berekende: de panelen en vooral de betontegels wogen zoveel dat dat bouwkundig niet verantwoord was op ons platte dak. Nummer drie werd het uiteindelijk, maar ook niet zonder correctie. Bij nakijken van de specificaties van de omvormer (leve internet) leerde ik dat die een string van minstens zes optimizers nodig heeft. Nummer drie vroeg het na bij de fabriek en die bevestigde dat het er minimaal zes moesten zijn en dat hun rekenprogramma op dat punt onvolledig was. Eind goed al goed, maar ik hoop dat we nu vier jaar later wat minder cowboys in deze business aantreffen.
Jos

Cv-installateurs hebben moeite met de transitie

Het verhaal van Caroline (waarin gezegd wordt dat een hybride warmtepomp in een A-label huis onvoldoende comfort zou bieden in de winter) illustreert hoe veel moeite veel traditionele cv-installateurs hebben met de energietransitie. Een hybride warmtepomp kan vrij wel altijd toegepast worden, mits het huis enigszins geïsoleerd is. Bij een hybride warmtepomp neemt de cv-ketel het namelijk over van de warmtepomp als het te koud wordt. Geen enkel probleem met comfort dus. En al helemaal niet als je energielabel A hebt.
Zelf hebben wij ons jarenzeventig huis met D-label omgetoverd naar een A-label. En we genieten met onze all electric-warmtepomp van een comfortabel huis. Zelfs de kou van afgelopen winter hebben we prima doorstaan. Een second opinion aanvragen is dus zinvol.
Janet

Het groenste idee van Nederland

Onze SpeedComfort, een slimme radiatorventilator (in 2015 ‘Het Groenste Idee van Nederland’) is sinds 2016 op de markt. Je plaatst ze in een handomdraai dankzij magneetjes (je hebt er geen ‘mannetje’ voor nodig). Een temperatuurgevoelige schakelaar zorgt ervoor dat ze automatisch in- en uitschakelen. Omdat ze al gaan werken als de radiator 33 graden is, wordt de warmte veel sneller uit het ijzer in de lucht gebracht, en beter verdeeld. De kamer is dus eerder warm. Comfortabel, en de ketel brandt korter. In de praktijk door gebruikers vastgestelde besparingen lopen op tot 30%, uiteraard afhankelijk van de uitgangssituatie. De investering van (gemiddeld) drie- tot vierhonderd euro is doorgaans al binnen twee stookseizoenen terugverdiend. We gebruiken zeer duurzame onderdelen en kunnen daarom maar liefst tien jaar garantie geven. Daarnaast werken we vrij wel uitsluitend met Nederlandse bedrijven en wordt de SpeedComfort in elkaar gezet door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. We proberen zo maatschappelijk betrokken mogelijk te werken. Daarnaast: ik woon in een vooroorlogse vrij staande woning, houten vloer, beperkte kruipruimte. Komt je bekend voor, denk ik… Ik heb die kruipruimte geïsoleerd met AT!150+folie. Niet tegen de onderkant van de vloer, maar op het zand gelegd, en tegen de buitenmuren omhoog tot strak tegen de onderkant van de vloer. Werkt geweldig. Vloer was zo’n 15 graden als het buiten rond het vriespunt was. Nu is dat 20 graden!
Pieter

Schelpen: nu voelt de vloer niet koud meer

Wij hebben een laag van 30 centimeter schelpen onder de vloer laten aanbrengen. De vloer was altijd onder de bank (en op plaatsen waar je niet loopt) enigszins vochtig. Dat is nu helemaal over en de vloer voelt ook niet meer zo koud aan. Schelpen blijven natuurlijk ook honderden jaren goed en zijn milieuvriendelijk.
Paul

 

Reageren?

Mail naar daphne@eigenhuis.nl. Wij kunnen uw reactie (ingekort) plaatsen.

Lees ook de vorige column van Daphne

Dit is een bewerkte versie van 'Daphne verduurzaamt' uit Eigen Huis Magazine, editie november 2018.